Nederlands Deutsch English
Ludiek Pedagogiek

Ludiek Pedagogiek

LuPe  nodigt uit alle vaardigheden te ontwikkelen, die van een Magic Teacher verwacht worden.

Een scala aan talenten zien

Leerlijnen en lesmateriaal kunnen richting geven maar zijn niet meer dan globale indicatoren voor de dagelijkse onderwijspraktijk. Een scala aan talenten is in iedere groep aanwezig, ieder wil daarin erkend worden. Onderwijs is succesvol als het is afgestemd op de actuele schoolsfeer, specifieke groep en haar individuen. Waarnemingsvermogen is daarom een onontbeerlijke beroepskwaliteit én als inspiratiebron én als informatiebron voor de begeleider. 

Oberveren

Als je gewoon kijkt kun je in principe alles zien en sta je open voor elke informatie die zich aanbiedt; als je observeert let je bewust op een bepaald onderdeel van de totale informatie. Vaak ontdek je dan hetgeen je eerder niet zag. Je observeert om gedrag en lesverloop te kunnen benoemen en beschrijven, zodat je zicht krijgt op gegevens die relevant zijn voor goed functionerende leerprocessen. Een contact dat niet naar wens verloopt, is meestal de aanleiding voor observatie.

Doel is veelal onderzoeken waarom de juiste sfeer ontbreekt, het samenwerken niet naar wens verloopt of een individu niet uit de verf komt. Dit kan veroorzaakt worden doordat: de groep onvoldoende veiligheid biedt, de uitdagingen te zwaar of te eenvoudig zijn; de lessen niet aantrekkelijk of ondoorzichtig zijn; de opdrachten te weinig ruimte bieden om iedereen tot haar/zijn recht te laten komen; de organisatie van de les de kinderen of jongeren te veel of te weinig ruimte biedt voor actie of eigen inbreng.

Observeren en interpreteren
In een observatieproces observeert ieder op haar eigen manier. Je idealen, denkbeelden en meningen spelen hierin mee, evenals het beeld dat je van jezelf hebt. Meestal heb je vanaf het eerste moment dat je iemand ziet ook een beeld gevormd van die ander. Het is goed om jezelf deze dingen te realiseren, evenals je eigen instelling of stemming op moment van observatie. Hierdoor verabsoluteer je niet de interpretatie van hetgeen je waarnam op een bepaald moment.

Tips

  • Houd je observatiedoel duidelijk voor ogen.
  • Omschrijf concreet wat iemand doet en zegt. De berisping: 'Je kletst altijd' maakt minder indruk dan een papier waarop het aantal interrupties in een kwartier geturfd is.
  • Maak je aantekeningen onopvallend en in steekwoorden.
  • Werk de observaties dezelfde dag uit en orden de informatie, zodat je meer zicht krijgt op wat je zoekt (aanleiding tot onrust, confrontaties tussen jongeren).
  • Als je aan de geobserveerde(n) vertelt wat je gezien hebt, geef dan feiten en geen meningen (eventueel stel je vragen). Benoem wat je gezien hebt en welke betekenis jij eraan geeft.
  • Let op of de non-verbale communicatie in overeenstemming is met de verbale. Is er een luisterhouding of verraadt het non-verbale desinteresse of onbegrip?
  • Vraag reactie op je informatie: wil de jongere vasthouden aan een eigen kijk op de zaak? kan zij een ander licht op werpen op hetgeen je waargenomen hebt?  begrijpen jullie beide elkaars standpunt op grond van beider informatie?
  • Sluit zo veel mogelijk aan bij de gedachtewereld van de ander, niet alleen sympathie ook empathie is noodzakelijk.
  • Probeer niet zo volledig mogelijk te zijn, maar focus op datgene wat nu van belang is en geef daar aanwijsbare feedback op.
  • Zorg dat je verbale en non-verbale communicatie met elkaar in overeenstemming zijn.
  • Spreek vanuit 'ik vind', niet vanuit de wet of als autoriteit, in termen van: 'zo hoort het'. Ben ook open in hetgeen jij nodig hebt om goed te functioneren.
  • Laat de ander in eigen woorden feedback geven op jouw aanwijzing of beoordeling, zodat je weet of de boodschap is overgekomen.

Observatievragen

  • Wie zijn er gebaat bij alle instructies ineens, zodat ze er naar hartenlust een eigen invulling aan kunnen geven?
  • Wie zijn gebaat bij minder talige opdrachten?
  • Wie zijn er gebaat bij stap voor stap begeleidingspunten, zoals: 'vorm eerst groepjes; maak een planning: wat doen jullie eerst, spreek taakverdeling af'
  • Wanneer komt het onderscheid tussen fictie en werkelijkheid in het gedrang?
  • Leidt het voorstellingsvermogen naar hetgeen er werkelijk onderzocht moet worden?
    Biedt hun verbeelding adequate handgrepen om zich voor te bereiden op hun taak?
  • In welke mate kan wie een eigen idee uitwerken? Wat valt je op aan hun lichaamshouding en taalgebruik? (positief, actief, betrokken)?
  • Wie werkt vooral solistisch, wie is vooral bepalend, wie is compromis sluitend? 
  • Wie werken in welke mate samen, hoe ontwikkelt zich dat?
  • Wat valt je op aan inbreng qua vormgevingskwaliteit?
  • Wat valt je op aan inbreng qua inzicht?

Veel jongeren werken enthousiast, maar sommigen komen nauwelijks uit de verf,  zijn te bescheiden, gespannen, faalangstig. Geef ieder optimale kansen opdat ieder flo(w)reert. De begeleider die goed waarneemt en interpreteert kan jongeren optimaal begeleiden. Zij zorgt immers voor veiligheid, ruimte en individuele begeleiding.

Voor wie enige ordening in het observeren wil aanbrengen, ontwierpen we enkele aanwijzingen in de hoop daarmee geen valkuil te creeëren.

Ubbergen, update zomer 2016